Rotterdamsche Aero Club

Sinds 1926

Clubvluchten met Henk

De RAC Ooievaars vlucht op 10 en/of 11 juni. Meld je aan; Vorm alvast een equipe....(!) De voorbereidingen lopen reeds.

Beide data kan dus gevlogen worden, waardoor er wat flexibiliteit ontstaat voor de vliegers. Mogelijk maken we een indeling voor de middag alleen, afhankelijk van het aantal inschrijvingen.


The traditional RAC Ooievaars Rally (i.e. spotting typical objects from the air in a touristic manner) will now take place on Saturday 10 and / or Sunday 11 th of June. Dependent on the number of equipes, we may decide to select only the Sunday (afternoon). Subscription is open.


Uit de Salon

Zaterdag avond 

Club avond

kom een langs voor

Drankje en Hapje 

 



 

 

RAC Historie op Waalhaven



Rotterdam mag maar weer groozen,
waar zoo goed gevlogen wordt.
Van de Waalhaven vertrokken,
naar de dichte rimboe toe.,
Uren aan kompas en handle ,
leken ze wel nimmer moe.
Boven kudden olifanten,
en het slingeraap-geschreeuw
boven vlugge antilopen
groette Van der Leeuw.. .een leeuw.
Het eerste lesvliegtuig van de Rotterdamsche Aero Club, de Pander EC H-HADV boven westelijk Rot-terdam. Foto KLM Aerocarto No. 8610

De sportvliegerij heeft op Waalhaven een zéér belangrijke, zo niet pioniersrol vervuld.

De belangrijke vliegschool van Carley in Ede daargelaten, kan men rustig stellen, dat de Nederlandse vliegsport op Waalhaven is geboren en opgegroeid. Reeds in 1922, tijdens de ICAR, gaven enkele buitenlandse sportvliegers acte de presence, maar van Nederlandse zijde was er toen op vliegsportgebied nog weinig te bespeuren. De opleiding van vliegers lag in die dagen voornamelijk in handen van de militairen, die op de vliegbasis Soesterberg en op het Marinevliegkamp de Kooy bij Den Helder een vliegschool hadden. Naast de beroeps- en militaire vliegers, was er nog een grote groep 'sluimerende' vliegers, die hun dienstplicht hadden vervuld en met zogenaamd 'groot verlof naar huis waren gezonden. Om hun vliegvaardigheid op peil te houden, moesten zij elke maand een aantal uren vliegen.



Overal zoo goed ontvangen,
nergens even in de knel
overal een prachtbediening
door de goedgedrilde Shell.
En dan ook, wel veel ontbering
overgang van warm op koud,
maar op het verfijnde vliegtuig
Werd door beiden vast vertrouwd.
Heel de wereld van de vliegsport
volgde deze verre vlucht
Dit voorspoedig sportgebeuren
door de Afrikaanse lucht. 

Koos Speenhof
Een merkwaardige foto van het 'burger'-vliegveld Waalhaven uit 1928, waarop louter militaire vlieg-tuigen zijn waar te nemen. Vooraan een Fokker C-I verkenner (de 526), en vier school vliegtuigen Fokker C-IV’s (de 102, 103, 112 en 122). Verder staan langs de omheining nog tien C-I en drie S-IV vliegtuigen. Archieffoto J.L. Arense, Voorschoten. Daartoe waren er op verschillende vliegvelden in Nederland militaire vliegtuigen gestationeerd, waar deze vliegers hun vliegvaardigheid up to date konden houden. Zij werden wel 'maandvliegers' genoemd. Voor particulieren bestond er voor 1926 hoegenaamd géén mogelijkheid om tot sportvlieger te worden opgeleid. Enkele gebrevetteerde vliegers gaven wel eens vliegles, maar dat was een kostbare zaak. De reeds genoemde vliegschool van de heer Carley te Ede was na de Eerste WereIdoorIog wel de meest professioneel opgezette vliegschool in Nederland, maar wegens financiële moeilijkheden moest dit goede instituut na enkele jaren verdwijnen. In Engeland had men dit anders aangepakt. Na de wapenstilstand van november 1918 gingen veel bekwame oorlogsvliegers met groot verlof en keerden terug in de burgermaatschappij. Om hun vliegvaardigheid niet te verliezen, sloten zij zich aaneen in vliegclubs, die voor niet al te veel geld gebruikte oorlogsvliegtuigen kochten, waarmee de clubleden rondvluchten, maar ook wel overlandvluchten konden maken.

Dat waren vluchten van het ene vliegveld in Engeland naar het andere. De Britse overheid steunde dit streven op zeer grote schaal omdat het van staatsbelang was om zoveel mogelijk geoefende vliegers achter de hand te hebben. Dat bleek maar al te goed toen Hitlers dadendrang alsmaar gevaarlijker vormen aannam. Iedere leerlingvlieger, die in Engeland zijn A-brevet haalde, kreeg uit de staatskas een subsidie van £25 (toen fl. 250,-) terwijl voor elke verlenging van het brevet nog eens £10 werd gegeven. Gemiddeld steunde de Britse regering in de jaren twintig de sportvliegerij met £25.000 per jaar-voor die dagen een fors bedrag. Op die manier ontstonden bij bijna alle grote steden in Engeland vliegclubs, die soms wel meer dan 10 lesvliegtuigen bezaten. Clubleden die nog geen vliegbrevet hadden, kregen van hun medeleden een opleiding, waardoor er een vrij grote schare van gebrevetteerde sportvliegers ontstond.

Het reislustige echtpaar Van der Leeuw bij hun derde vliegtuig, de Amerikaanse WAC0 'UIC', die de registratie PH-MAG van de DH-80A 'Push Moth' had overgenomen. Van links naar rechts: chef-instructeur NLS Hein Schmidt Crans, instructeur Dick Asjes en het echtpaar Van der Leeuw. Archief foto J. L. Arernse, Voorschoten.

 

Lees hier over de historie van Vliegveld Waalhaven geschreven door F. Zandvliet.